• Jaap Luikenaar

Als een man op de maan...

Wat dacht jij toen je voor het eerst op de mammapoli kwam? Had je er een beeld van? Kende je het woord überhaupt wel? Of was het allemaal abracadabra, en was alles zo snel en onverwacht dat jullie het vanwege alle rompslomp en medische drukte maar gewoon over jullie heen lieten komen.


Wat doe ik hier in hemelsnaam? Waar ben ik nu toch terecht gekomen. Dat is de eerste gedachte die door mij heen gaat als ik voor het eerst met mijn vrouw Helma op de mammapoli beland. In sommige ziekenhuizen heet het gewoon borstpoli of borstcentrum. Mammapoli: het woord kende ik wel, maar een voorstelling heb ik me er nooit van gemaakt. In de deuropening voel ik me even als de eerste mens die - vijftig jaar geleden - een voet op de maan zet. Als astronaut Neil Armstrong dus, Met zijn plechtige eerste woorden 'It's a small step for man, but a huge leap for mankind'.


Maar al heel snel besef ik dat die vergelijking mank gaat, want zó bijzonder is die mammapoli nu ook weer niet. Gewoon een ziekenhuisafdeling met spreekkamers, een receptie en een wachtkamer met leestafel en tv-scherm. Verder zie ik een waterkoeler met twee soorten water: koud en ongekoeld.

Wat is dan nog niet weet is dat de mammapoli ook een speciale ruimte kent waar de chemotherapie plaatsvindt. En als Helma zich daar enkele maanden later moet melden voor haar periodieke portie chemo, besef ik dat de aanblik van dat chemozaaltje voor altijd scherp op mijn netvlies zal blijven staan. Die grote stoelen, elk met daarnaast het chemo-infuus. Aan de haak hangen zakjes met een slangetje waardoor het giftige chemische goedje in de arm van de patiënt vloeit. Met alle bijwerkingen vandien.

Als ik later via Google een plaatje van een mammapoli opzoek om te kijken hoe andere mammapoli's eruit zien, valt de oogst aan foto's me danig tegen. Ook de zoekmachine vindt ze kennelijk niet erg bijzonder. Wel veel groepfoto's van verpleegkundige teams, of van een oncoloog of verpleegkundige in witte jas achter zijn of haar pc.


In de wachtkamer van de mammapoli zie ik de bezoekers meestal twee aan twee zitten : mannetje-vrouwtje of soms moeder-dochter. De stemming is bedrukt, valt me op. Er wordt niet of nauwelijks gepraat. Hooguit wat gefluisterd. Wel logisch ook. Want wie hier op bezoek is, heeft geen reden tot uitbundigheid. Om de zoveel minuten komt een oncoloog of verpleegkundig-specialist zijn of haar patiënt ophalen.


Veel vragen doemen bij me op. Zijn al die patiënten hier misschien ook voor het eerst? Of is het al bekend terrein voor ze. Zijn de vrouwen al geopereerd; hebben ze hun borsten nog. Missen ze er eentje. Of misschien wel allebei?

En Helma en ik dan? Wat zouden wij straks bij de oncoloog allemaal te horen krijgen. Zijn de onderzoeken pijnlijk? Hoe lang gaat het allemaal duren? Is het knobbeltje goedaardig of kwaadaardig? Mag ik overal bij zijn? Ik vraag het straks gewoon, want ik wil Helma's hand wel vasthouden. Borstkanker heb je toch samen? Nou dan!


Hoe zou maanwandelaar Neil Armstrong dat hebben aangepakt? Net als iedere borstkankerpatiënt en partner is ook hij overgeleverd aan de knappe koppen van het mission control centre: het vluchtleidingscentrum in Houston. 'Houston we have a problem! Het is de meest bekende zin uit de ruimtevaart.

Reken er maar op dat een astronaut zich ter dege voorbereidt op zijn ruimtereis. Alle vragen die hij aan Houston zal stellen heeft hij in zijn training tot in den treure geoefend en gerepeteerd. De hoogspanning tijdens zijn moonwalk over het maanoppervlak is enorm. Grote kans dus dat lang niet alle informatie vanuit Houston tot hem doordringt. Ook om die reden is Armstrong niet alleen op de maan, maar heeft hij Buzz Aldrin als zijn maatje. Ook zij zijn met z'n tweeën.


En de vergelijking tussen de mammapoli en de maan gaat nog verder, want terwijl Neil Armstrong aller ogen op zich weet gericht, kunnen we ons nauwelijks nog iets herinneren over Buzz, de tweede man op de maan. Ja, hij was erbij, maar over hem hoor of lees je heel weinig... hij staat in de schaduw, net als partners van borstkankerpatiënten. (Voor wie nieuwsgierig is: Na zijn carriére als astronaut werd Buzz Aldrin autohandelaar en verkocht cadillacs)


Ja, dokter wij hebben ook een probleem: mijn vrouw heeft borstkanker. 'Slim dat jullie samen zijn gekomen', zal hij antwoorden. 'Twee wéten niet alleen meer dan een, maar met z'n tweeën hóór je tijdens een doktersbezoek ook meer dan in je uppie'.