• Jaap Luikenaar

Wapperende haren op De Kale Berg

Voor veel fietsers is de Alpe d’Huez de meest Nederlandse berg. Aanvankelijk dankzij de historische Tour-zeges van Peter Winnen, Hennie Kuiper, Joop Zoetemelk en Gert-Jan Theunisse, en Steven Rooks in 1988 als laatste. Latere lichtingen klimgeiten van vaderlandse bodem is het nog niet gelukt om als eerste boven te komen. Het is vooral te danken aan het Alpe d’HuZes-initiatief dat de berg nu aandacht krijgt. Fietsen voor een vriend, vriendin of familielid, of voor een collega die kanker heeft.


Zelf heb ik hem ook één maal beklommen, in net iets meer dan een uur. Samen met m’n fietsvrienden van De Buitenband namen we de 21 haarspeldbochten. Helma stond me bovenaan op te wachten, op 1860 m. hoogte. Met kussen natuurlijk. Als een ware rondemiss. Van kanker was bij ons nog geen sprake. Toen nog niet.


Later wel. En drie jaar na Helma’s borstkankerbehandeling beklommen we samen die andere Franse fietsreus: de Mont Ventoux in de Provence. Ik op mijn racefiets, Helma op haar e-bike, aangeschaft omdat haar benen sinds de radiologie en de chemo niet meer wilden. Nu was zij als eerste boven. (Een mooie bijwerking van de kanker.) Wat waren we trots toen we ons samen onder het bordje ‘Sommet Mont Ventoux 1911 m’ lieten fotograferen.


De Mont Ventoux wordt ook wel De Kale Berg genoemd. Vanwege het bekende boomloze en grijsgele maanlandschap rondom de top.


Kaal. Op de top dachten we terug aan het moment dat Helma’s haar begon uit te vallen, zo’n twee weken na haar eerste chemo. Sindsdien heeft de benaming Kale Berg voor ons een dubbele betekenis gekregen. Iedere Tour de France moet ik er weer aan denken, waarschijnlijk een typisch ‘partnerdingetje’.

Hup Helma, fuck cancer

Ergens vind ik al dat rennen en fietsen tegen kanker ook wel een beetje opgeblazen boel. Ik zie mezelf daar toch echt niet aan de kant van de weg staan met een bordje "Hup Helma, fuck cancer!".


'Opgeven is geen optie’ hoor of lees je dan vaak. Maar al die stoere taal - oorlogstaal haast – vind ik niet de weg. Want niet iedereen kan het gevecht met kanker winnen. In mijn boek schrijf ik: “Heel bewust opgeven kan voor een doodzieke patiënt juist een heel goede keuze of optie zijn. En impliceert zo een dapper besluit dan - in diezelfde oorlogstaal - ook dat je dan van kanker hebt verloren?”


Tot slot: op de omslag van Man op de mammapoli staat geen racefiets of e-bike afgebeeld, maar een tandem. Waarom? Daar kom je achter als je het boek leest.