• Jaap Luikenaar

Zeg partner, wie zorgt eigenlijk voor jou?

'Wat is dat nou voor een vraag? Met mij gaat het goed hoor. Ik heb immers niks. Alle zorg en aandacht hoort naar mijn patiënt uit te gaan. Die heeft borstkanker, voelt zich geradbraakt en heeft het zwaar te verduren. Niet eens zozeer door de operatie, want het zijn vooral de chemo en de radiotherapie die haar stukje bij beetje afbreken. Heus, zelf red ik het best, hoor. Maar weet: zij staat bij mij voorop.'


Zo is het: als mantelzorger heb je de neiging om overal en altijd bij je lief te zijn. Haar te helpen en in te springen waar nodig. ‘Laat maar zitten, ik doe het wel’. Tegelijk vergeet je jezelf. Het is het mantelzorgsyndroom. Alleen, in je uppie en op je eigen eilandje probeer je zo om alles te organiseren en te orkestreren. Je wilt betekenisvol bezig zijn, want dat geeft houvast. Alsof je op die manier de onzekerheid rond kanker te lijf kunt gaan. Je slooft je uit en wilt alles goed doen. Je stinkende best. In alles en ook om het je patiënt naar de zin te maken. Dat is mooi en lief, want je bent dicht bij elkaar. Het is quality time waarin je veel samen doet. Vaak samen ontbijten, aan de koffie, Netflixen of even buiten in de tuin. Maar het is vooral ook zwaar. Want je werk, je vrienden en je liefhebberijen wachten en wil je niet loslaten.

als een zombie

Talrijke taken en taakjes neem je op je en je staat dagelijks 24 uur aan haar zijde. Dag in, dag uit. Week in, week uit. En ondertussen… ondertussen vergeet je jezelf, cijfer je jezelf weg, schakel je je gevoel soms uit en leef je op de automatische piloot… haast als een zombie.

hoe dan wel?

Tijdens de borstkankerperiode van je lief moet je vooral goed voor jezélf zorgen. En dat is vast niet waar je als partner meteen aan denkt. Op het eerste gezicht klinkt het zelfs behoorlijk egoïstisch. Maar als jij je fit voelt en goed in je vel zit, ben jij van de allergrootste waarde voor je ‘patiënt’. En kan je dat een tijdlang volhouden. Want borstkanker hakt erin en vergt een lange adem. In de eerste plaats natuurlijk bij de patiënt, maar zeker ook bij jou als dichtstbijzijnde naaste. Het is meer dan een overzichtelijk griepje of een verkoudheid die na een paar dagen over is. Integendeel, de herstelperiode kan wel een jaar of langer duren.


10 tips om bij te tanken

Voor jezelf zorgen is voorkomen dat je tank leeg raakt. Maar hoe dan? Ach, het ligt voor de hand, maar voor het gemak hieronder wat tips om bij te tanken

  • Hou contact met vrienden, schakel ze eerder in, voorkom dat je geïsoleerd raakt

  • Praat (met hen) over je frustraties of boosheid, je onzekerheden en je verdriet

  • Neem tijd voor ontspanning; doe eens wat anders, of doe eens iets geks

  • Haal een frisse neus, beweeg, wandel of spring op je fiets

  • Eet gezond en gevarieerd, wees matig met alcohol

  • Pieker niet teveel

  • Geniet van de dingen om je heen

  • Leef bewust en mindful

  • Accepteer soms dingen maar zoals ze zijn, als je er toch niets aan kunt veranderen

  • Maak korte aantekeningen van mooie en minder mooie momenten. Of hou een dagboek bij. Voor later, om op terug te kijken.

11e tip
  • Een allerlaatste tip: loop eens een Inloophuis of Toon Hermans Huis binnen. Tegenwoordig heten ze Centrum voor mensen met kanker en hun naasten. Daar loop je andere partners van (borst)kankerpatiënten tegen het lijf. Een gesprek daar kan lucht geven. Het zijn er zo'n 75 en ze staan door het hele land. Van Eindhoven tot Haarlem en Katwoude en van Weert en Roermond tot Middelburg


Herken je m’n tips? Heb je andere? Of betere? Mail ze dan svp naar: j.luikenaar@gmail.com